Door Bert Wienen

Bijdrage Sociaal Domein

Sociaal domein - denkrichtingen voor het debat.

De uitdaging, binnen dat wat we het sociaal domein zijn gaan noemen, is het benutten van de kracht van de samenleving. Daarin zit een paradox verscholen, aan de ene kant wil je als overheid interveniëren en ‘preventief’ inzetten, aan de andere kant verwachten we dat ook van de samenleving.

Het omgaan met pijn en verlies, tegenslag en het direct oplossen van allerlei problemen, dwingt een overheid tot het continue interveniëren. Elk (psychisch geduid) probleem moet worden opgelost. Maar is een overheid daarvoor (de overheid is geen geluksmachine)? Het leven is nu eenmaal niet maakbaar, ook niet door een psycholoog, psychiater of de huisarts. Dat is dan ook het geluid dat vanuit de psychiatrie zelf steeds meer naar voren komt, onlangs nog de voorzitter van Nederlandse psychiaters dit geluid horen. Moet je met elk probleem naar de psychiater of psycholoog? Dat is een kwetsbare vraag, maar tegelijk vormt het de kern van ons politieke probleem. Gaan we uitgaven terugdringen of blijven we doorgaan op de ingeslagen weg. Wat ons betreft treffen we in dit voorstel een goede middenweg daarin. Aan de ene kant ruimte houden zodat iedereen de zorg krijgt die nodig is. Aan de andere kant een financieel kader als stok achter de deur, om in ieder geval de groei te stoppen.

Één van de kernelementen van de nieuwe wetten in het sociaal domein is de-medicaliseren. Zie ook het rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving “medicalisering van levensfasen”. We leven in een tijd waarin problemen heel snel tot een medisch probleem worden gemaakt. De lastigheid van een probleem ‘medicaliseren’ is dat het (in de beleving van mensen) ook direct moet worden opgelost of aangepakt. Wat gaan we nu in Assen doen om die wettelijke opdracht tot de-medicaliseren op te pakken, hoe kijken de andere fracties hier tegenaan?

Uit de informatieavond blijkt ons dat eigenlijk niet goed duidelijk is of de wens van de raad, om door zoveel mogelijk aanbieders de mogelijkheid te geven in te schrijven (open inschrijving) ook betere of goedkopere hulp is aangeboden. Zijn er nieuwe toetreders die echt het verschil maken? Wij vragen ons dat af. Daarom vinden wij het transformatiepact ook een goede. Minder keuze en minder aanbieders, heldere afspraken met aanbieders binnen het pact, zekerheid om te ontwikkelen en te transformeren, maar dan ook: aanbieders die zich niet netjes gedragen na een aantal jaren uitsluiten. Hoe kijkt het college naar deze opstelling van mijn fractie?

Het financiële kader helpt om richting de transformatie te gaan, het biedt een goede stok achter de deur. Wat ons blijft dat ook zo. Alleen is het wel belangrijk om een aantal zaken over de inhoud te zeggen:

  1. In Assen zijn relatief veel kinderen in zorg in zware vormen van zorg. Dat doet vermoeden dat de sector gewoon nog niet goed genoeg is geworden in ambulant werken. Dat ambulant werken, daarvan weten we dat het effectiever is en ook goedkoper (betere hulp voor betere prijs). Dit moet dan dus ook onderdeel worden van het transformatieplan, anders lossen we nog niks op. Wethouder, hoe staat u hierin, bent u bereid om deze verbetering van het ambulant werken ook op te nemen in het transformatieakkoord en op te nemen in het maatregelenpakket? Laten we aanbieders de komende tijd eens in de raad uitnodigen en hen bevragen op de vorderingen hieromtrent.
  2. Investeren in preventie, is hierin het waardig ouder worden en zijn de nieuwkomers hier ook integraal onderdeel van? Zo ja, welke concrete stappen worden daar dan op genomen?
  3. Hulp moet voor iedereen beschikbaar zijn en ook snel als dat nodig is. Tegelijk moet het ook niet worden: ‘u vraagt wij draaien’. We weten namelijk ook dat het soms kan lonen om eerst echt binnen de sociale context te kijken (Frans model) en dan samen met inwoners te beslissen over het beste plan. Kunnen we dat in onze Asser aanpak ook verwerken en ziet de wethouder daartoe mogelijkheden. Heeft het college daarvoor nog een ander besluit nodig van de raad, of kan het op basis van deze stukken daarmee verder?

Een ander punt dat ons zorgen baart is het feit dat de gemeente ook een beetje het afvoerputje aan het worden is van andere wetten en instanties die hun verantwoordelijkheid niet nemen. Doordat de wet langdurige zorg strengere eisen kent, loopt onze WMO vol. Soms denk je wel eens hardop: die verzorgingshuizen waren zo gek nog niet. Door de hogere eisen is instroom daarin nog slechts voor enkelingen weggelegd. En kinderen komen al helemaal moeilijk meer terecht in de WLZ. Dat vraagt om actieve lobby bij de overheid, kunnen we daar als raad nog gezamenlijk in optrekken, bijvoorbeeld door het bewerken van de fracties in Den Haag?

Tenslotte voorzitter, nog het volgende. Nog zo’n lastig vraagstuk. Uit vele onderzoeken blijkt dat er veel jeugdhulp ingezet wordt in gezinnen waarin sprake is van een vechtscheiding. Natuurlijk snappen we dat een vechtscheiding gevolgen heeft voor kinderen, maar de bron is de ruzie tussen ouders. De hoeveelheid echtscheidingen die leidt tot jeugdhulpgebruik dwingt de overheid dus haast wel om daarover uitspraken te doen. Bijvoorbeeld over de waarde van trouw en rust en structuur voor kinderen. Hoe kijken andere fracties hier tegenaan, wat kunnen we met elkaar doen?

Tegelijk brengt ons dat direct weer bij het dilemma waarmee ik mijn bijdrage begon. Hoever moet de overheid gaan?

Bert Wienen
Fractievoorzitter

Gerelateerde blogs

Gerelateerde standpunten